REIZE
DOOR
FRANKRIJK,
IN
GEMEENZAME BRIEVEN,

MET PLATEN.
Te HAARLEM,
Bij A. LOOSJES, Pz.
MDCCCV.

Parijs, 1 Decemb. 1804.

Gij vraagt, Vriend! of ik ’er iets tegen heb, dat gij mijne Brieven, over een groot gedeelte van Frankrijk, drukt en uitgeeft, met achterlating van eenige bijzonderheden, ons aangaande, en welke voor het algemeen van geen belangzijn; terwijl gij denkt dat dezelve onze Landgenooten aangenaam en zelfs nuttig kunnen wezen? en mijn antwoord op deze vraagis: Ik heb ’er niets tegen.—De beöordeeling, waartoe een ieder door het in druk uitgeven van een werk regt krijgt, kan ik te geruster afwachten, daarik mij op hetzelve niets laat voorstaan, maar het geef, voor het geen het is, te weten, voor eenvoudige aanteekeningen, vanhet geen ik gezien, daarvan gehoord, ’er over gelezen, en ’er somtijds bij gedacht heb. Echtheid en naauwkeurigheid, [VI]als de voorname vereischtens van een reisverhaal, heb ik altijd in het oog gehouden. Hier van althans ben ik verzekerd, datzij, die dezelfde reis doen, en deze aanteekeningen als een Itineraire willen gebruiken, zullen overtuigd worden.

Ik voeg hierbij nog Iets voor Reizigers, bijzonder in Frankrijk. Dit kunt gij voor of achter plaatsen, zoo als gij best oordeelt.—Vaarwel!

A.v.d.W.

Reize door Frankrijk.

Eerste Brief.

Dyon den 20 Julij 1804.

Aan de dagteekening van den Brief ziet gij, Vriend! dat ik op reis ben. Maandag den 14. dezer vertrok ik van Parijs; en dus daags na het feest van den 14.

...

BU KİTABI OKUMAK İÇİN ÜYE OLUN VEYA GİRİŞ YAPIN!


Sitemize Üyelik ÜCRETSİZDİR!