Bladzijde 177

Auvergne.

(Puy de Dôme en Cantal).

De keten der Puy's.

De keten der Puy's.

1

In den afgeloopen winter speelde het toeval mij kort na elkaar boeken en tijdschriften in de hand, die den geologischen toestandvan het hoogland van Auvergne behandelden.

Het gelezene wekte zoo zeer de belangstelling op, dat uitgebreider lektuur over dit onderwep gezocht en gevonden werd, enlangzamerhand het plan tot rijpheid kwam om in den zomer die streken eens te gaan bezoeken.

De eerste bronnen, die voor de reis geraadpleegd werden, waren natuurlijk reisgidsen en onder deze bijzonder die van Ioanne“Auvergne et Centre”, omdat voor eene streek in Frankrijk een fransche reisgids het beste geacht moest worden. Toch bleeklater dat dit niet geheel uitkomt. De schrijver toch van dien gids is niet kunnen ontsnappen van het algemeen gebrek zijnerlandgenooten. De Franschen houden namelijk zoo verbazend veel van hun land, dat zij niet kunnen nalaten zich aan overdrijvingschuldig te maken, als zij er over spreken of schrijven. Wat bekoorlijk en lief is, wordt prachtig; wat minder goed en minderfraai is, wordt verzwegen. Mijn indruk van het land, in korte woorden saâmgevat, is, dat de vorming van het land, bijna aanalle zijden en bij elken stap herinnerende aan zijnen vulkanischen oorsprong, zoo hoogst belangwekkend is, en dat daarnaastde historische gebouwen, zoowel de nog in hun geheel aanwezige als de bouwvallen, zóó mooi en zóó belangrijk zijn, dat dereiziger niet eens de inderdaad fraaie natuurtafereelen, die niet zelden naast en dikwijls boven het andere de aandacht trekken,noodig heeft om zich schadeloos te stellen voor het minder aangename dat eene minder bereisde streek hem soms bieden kan.

Wanneer de fransche gids (uitgave van 1904) zegt, dat men, buiten de meer bezochte streken komende, verstandig zal doen eeninwoner mede te nemen als gids, omdat de bevolking in opschudding zou komen indien een toerist zich alleen vertoonde, en omdatde politie zich verontrusten zou en hij zich aan vervelende onaangenaamheden zou blootstellen,—waarom men in elk geval vaneen soort van paspoort of ander officieel stuk voorzien dient te zijn,—dan maakt die fransche schrijver zich, ten koste van zijn eigen volk, schuldig aan eene flauwe overdrijving.Gedurende een veertiendaagschen tocht heen en weer door 't gansche land, alléén en als toerist, met den ransel op den rug,afgelegd, had ik mij nergens minder over te beklagen, dan over de plattelandsbevolking. De menschen waren overal even vriendelijken beleefd. Bij het maken van een praatje in eene herberg of op eene boerderij,—langs den weg ontmoet men er weinig menschen,—deedzich echter een ander, minder prettig verschijnsel voor. De menschen verstonden mij wel, maar konden dikwijls niet in hetfransch antwoorden. Kinderen en jongelieden, die ik bijv. naar den weg vroeg, gaven altijd vlug, nauwkeurig en beleefd Bladzijde 178antwoord in een benijdenswaardig zuiver fransch; zij leeren dat op de school; maar de Auvergnaten hebben van ouds hunne eigenetaal, de “langue d'Oc”. Zoo lang zij in de steden of op de buitenplaatsen als dienstboden verkeeren, of zoo lang de mannenhunnen dienstplicht vervullen, onderhouden zij hun fransch; maar in de dorpen teruggekeerd, vergeten zij het op lateren leeftijden spreken onderling alléén de eigen t

...

BU KİTABI OKUMAK İÇİN ÜYE OLUN VEYA GİRİŞ YAPIN!


Sitemize Üyelik ÜCRETSİZDİR!